Gepubliceerd op
Publicatie datum

Student aan het woord: Olaf (opleiding: technisch specialist mobiele werktuigen)

Na je mbo-opleiding kun je natuurlijk meteen gaan werken. Óf je kiest ervoor om verder te studeren, net als Olaf (21). Na zijn niveau 3-opleiding allround technicus mobiele werktuigen schreef hij zich in voor de niveau 4-opleiding technisch specialist mobiele werktuigen. Omdat hij al een niveau 3-opleiding had afgerond, mocht hij starten in het derde jaar. Nu verdiept hij zich samen met zijn studiegenoten in het opsporen en oplossen van storingen in bijvoorbeeld graafmachines, bulldozers en tractoren.

Olafs liefde voor grote mobiele werktuigen begon al vroeg. “Mijn vader is akkerbouwer en heeft verschillende landbouwmachines. Ik vond het vroeger geweldig om samen met hem aan die machines te sleutelen. Zo groeide mijn interesse in techniek. Ik koos na de middelbare school voor de opleiding allround technicus mobiele werktuigen bij Curio. De bbl-opleiding, zodat ik veel in de praktijk bezig ben. Bij een bbl-opleiding (beroepsbegeleidende leerweg) ga je één dag in de week naar school. De rest van de week loop je stage (met arbeidscontract) bij een erkend leerbedrijf. Daar breng je de theorie in praktijk.”

Kranen, shovels en walsen

Tijdens de opleiding allround technicus mobiele werktuigen leerde Olaf hoe verschillende mobiele werktuigen werken. Hij leerde uit welke onderdelen ze bestaan en hoe je ze moet onderhouden en repareren. Hij liep stage bij PON Equipment in Moerdijk. Een bedrijf dat grondverzetmaterieel verkoopt, repareert en onderhoudt. Daarbij kun je denken aan kranen, shovels en walsen. “Ik mocht daarbij helpen”, vertelt hij. “De stage beviel van beide kanten zo goed dat ik hier ook mijn stage voor mijn vervolgopleiding mocht doen.”

Van storingen naar oplossingen

De opleiding technisch specialist mobiele werktuigen gaat een stapje verder dan allround technicus mobiele werktuigen. Olaf: “In deze studie leer je hoe je zélf storingen aan machines opspoort en oplost. Daarvoor krijg je elke week één uur praktijkles en drie uur vakleer. In de praktijkles gaan we in groepjes van twee aan de slag met storingen aan motoren en machines. De docent helpt ons daarbij. Bij vakleer vergroot je

je vakkennis. Op dit moment verdiepen we ons in het CAN-bussysteem. CAN staat voor Controller Area Network. Dit systeem zorgt ervoor dat de verschillende elektronische onderdelen in een machine met elkaar kunnen praten. Ook maken we kennis met motormanagementsystemen.”

Ik vond het vroeger geweldig om samen met mijn vader aan landbouwmachines te sleutelen

Steeds meer uitdaging op stage

De opdrachten die hij tijdens zijn stage bij PON Equipment mag doen, worden steeds uitdagender. “Dat komt doordat ik meer kennis krijg. Ik mag nu bijvoorbeeld alleen ingewikkelde storingen opsporen en oplossen”, zegt hij enthousiast. “De werkvoorbereider – die ook mijn stagebegeleider is – geeft me daarbij veel vrijheid. Ik werk een heel stappenplan af om erachter te komen wat er met een machine aan de hand is. Precies zoals ik dat op school in de praktijkuren heb geleerd. Als ik de storing uiteindelijk heb gevonden en opgelost, ben ik supertrots op mezelf.”

Leren met je handen

Op de vraag of hij na zijn opleiding nog verder wil studeren aan het hbo antwoordt Olaf: “Dat is niets voor mij. Op het hbo leer je vooral uit boeken. Ik leer liever met mijn handen. Daarom heb ik voor het mbo gekozen. Als ik klaar ben met mijn studie wil ik graag aan het werk. Ik hoop dat ik bij PON Equipment mag blijven werken, want daar heb ik het erg naar mijn zin. Een functie als eerste monteur in de binnendienst zie ik wel zitten. Dan doe ik ongeveer hetzelfde als nu tijdens mijn stage. En als ik genoeg ervaring heb, wil ik doorgroeien naar diagnosemonteur in de buitendienst. Dan krijg je je eigen bus en mag je zelfstandig naar klanten om storingen aan hun machines op te lossen. Die vrijheid lijkt me heerlijk.”